ECLI:NL:RBUTR:2008:BD8701
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling schulden en vergoeding inboedel na beëindiging samenleving
Eiser en gedaagde hebben van juli 2001 tot december 2005 een relatie gehad en samen gewoond in een woning die in 2007 is verkocht. Zij zijn gezamenlijk een lening bij Interbank aangegaan en hebben samen een makelaar ingeschakeld voor de verkoop van de woning. Na beëindiging van hun samenleving ontstond een geschil over de verdeling van de gezamenlijke schulden, de kredietvergoedingen, makelaarskosten en een vergoeding voor de inboedel.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde aan eiser de helft van de lening, de betaalde kredietvergoedingen en de helft van de makelaarsfactuur moet betalen, wat neerkomt op een bedrag van €8.396,96. De vordering van gedaagde tot vergoeding van €10.000 voor de inboedel wordt afgewezen, omdat zij onvoldoende heeft onderbouwd dat de inboedel niet feitelijk verdeeld is en geen aanspraak heeft gemaakt tot de procedure.
De rechtbank compenseert de proceskosten tussen partijen, waardoor ieder zijn eigen kosten draagt. Het vonnis is uitgesproken op 30 juli 2008 door rechter P. Dondorp.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €8.396,96 aan eiser wegens verdeling lening en makelaarskosten, vergoeding inboedel wordt afgewezen.