ECLI:NL:RBUTR:2008:BD8803
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs uitbuiting en misbruik kwetsbare positie in prostitutie
De rechtbank Utrecht heeft op 29 mei 2008 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van uitbuiting en misbruik van een kwetsbare positie met betrekking tot aangeefster, die als prostituee zou hebben gewerkt. De tenlastelegging betrof het werven, vervoeren en overbrengen van aangeefster met het oogmerk van uitbuiting, waarbij verdachte zou hebben misleid en misbruik gemaakt van haar kwetsbare positie.
De aangeefster verklaarde onder meer dat zij uit eigen vrije wil in de prostitutie is gegaan om schulden af te lossen en dat zij zelf de werkplek op de Wallen had gehuurd. Verdachte zou haar wel hebben voorzien van condooms en haar naar werkplekken hebben gebracht, maar zij voelde zich niet gedwongen en stopte zelf toen zij teleurgesteld raakte over het gebruik van haar verdiensten.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond dat verdachte aangeefster door dwang, misleiding of misbruik van overwicht tot prostitutie heeft bewogen. Ook was er geen bewijs dat verdachte opzettelijk voordeel uit haar uitbuiting heeft getrokken. Tapgesprekken waren te vaag om als doorslaggevend bewijs te dienen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Deze uitspraak benadrukt het belang van overtuigend bewijs bij mensenhandelzaken en het onderscheid tussen vrijwillige instemming en uitbuiting in de context van prostitutie.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van uitbuiting en misbruik van een kwetsbare positie.