ECLI:NL:RBUTR:2008:BD9004
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Foppen
- M.P. Gerrits-Janssens
- C.E.M. Nootenboom-Lock
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte van mensenhandel wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Utrecht behandelde op 30 juli 2008 de zaak tegen verdachte D, die werd verdacht van twee feiten van mensenhandel. De officier van justitie had een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden gevorderd, evenals schadevergoeding aan twee benadeelde partijen.
Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting bleek dat beide benadeelden inderdaad prostitutiewerkzaamheden zijn gaan verrichten waarbij verdachte een rol speelde. Echter, de rechtbank oordeelde dat onvoldoende vaststond dat de strafbare middelen die in de dagvaarding werden genoemd, waren toegepast. Hierdoor kon niet wettig en overtuigend worden bewezen dat sprake was van mensenhandel.
De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van beide ten laste gelegde feiten. Tevens werden de schadevorderingen van de benadeelden afgewezen omdat geen straf of maatregel werd opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht niet van toepassing was. De benadeelden werden daarom niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mensenhandel wegens onvoldoende bewijs; schadevorderingen worden niet-ontvankelijk verklaard.