ECLI:NL:RBUTR:2008:BD9309
Rechtbank Utrecht
- Wraking
- C.W. Bianchi
- G.A.M.E. van der Burg – van Geest
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking van rechters in strafzaak afgewezen wegens onvoldoende aanwijzingen onpartijdigheid
Verzoeker, die terechtstond voor overtredingen van artikel 249 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafrecht, diende een wrakingsverzoek in tegen de drie rechters van de meervoudige strafkamer. Hij stelde dat de voorzitter, mr. [x], hem onvoldoende gelegenheid gaf zijn verhaal te doen en dat haar vraagstelling al een veroordeling impliceerde. Ook wilde hij mr. [y] en mr. [z] wraken vanwege hun passieve houding tijdens de zitting.
De rechtbank overwoog dat een kritische en confronterende vraagstelling irritatie kan oproepen, maar dat dit op zichzelf onvoldoende is om onpartijdigheid te betwijfelen. Het proces-verbaal toonde aan dat verzoeker uitvoerig aan het woord kwam en dat zijn raadsman ontlastende verklaringen mocht voorlezen. Er waren geen aanwijzingen dat de rechters vooringenomen waren of dat de voorzitter reeds een oordeel had gevormd.
De rechtbank concludeerde dat geen feiten of omstandigheden waren gesteld die objectief de vrees voor partijdigheid rechtvaardigden. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen en de strafzaak kon worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van schorsing.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechters is afgewezen wegens onvoldoende aanwijzingen voor onpartijdigheidstekort.