ECLI:NL:RBUTR:2008:BD9313
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting betaling wegens opschorting en garantiebepaling bij levering verwarmingsinstallatie
Cas de Vries leverde aan WTN een verwarmingsinstallatie voor een zinkbadenproject in Oekraïne en factureerde een bedrag waarvan WTN een deel niet betaalde. WTN stelde zich op het standpunt dat zij betaling mocht opschorten vanwege gebreken aan de installatie, gebaseerd op ervaringen met een vergelijkbare installatie geleverd aan CIC voor een project in Rusland.
Cas de Vries vorderde betaling van het openstaande bedrag plus rente en incassokosten, stellende dat WTN onterecht een opschortingsrecht hanteerde. WTN verweerde zich met een beroep op opschorting wegens wanprestatie en onzekerheidsexceptie, aangevoerd op grond van de gebrekkige onderdelen die niet bestand zijn tegen het corrosieve milieu.
De rechtbank oordeelde dat WTN vanaf 1 augustus 2005 in verzuim was geraakt, maar dat verzuim niet uitsluit dat WTN een opschortingsrecht kan inroepen. De rechtbank stelde vast dat de klachten van WTN over de installatie tijdig waren geuit en dat WTN terecht opschorting toepaste. De garantiebepaling werd niet als exoneratiebeding gezien en stond het beroep op opschorting niet in de weg.
Daarom wees de rechtbank de vordering van Cas de Vries af en veroordeelde WTN niet tot betaling van het openstaande bedrag. Cas de Vries werd veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure, en WTN werd veroordeeld in de kosten veroorzaakt door het aanvankelijke niet verschijnen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Cas de Vries af wegens gegrond beroep van WTN op opschortingsrecht.