ECLI:NL:RBUTR:2008:BD9541
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Veldhuijzen
- P.J.G. van Osta
- D.A.C. Koster
- Rechtspraak.nl
Geldboete voor medeplegen hennepteelt en diefstal elektriciteit
De rechtbank Utrecht heeft op 25 juni 2008 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, geboren in 1937, die werd verdacht van medeplegen van hennepteelt en diefstal van elektriciteit. Na eerdere procedurele problemen en een nietigverklaring door het hof, werd de zaak opnieuw behandeld. De verdediging stelde dat de machtiging tot binnentreden onrechtmatig was verleend en dat het bewijs daardoor uitgesloten moest worden.
De rechtbank oordeelde echter dat er een redelijk vermoeden van schuld bestond op grond van meldingen en een positieve warmtemeting, waardoor de politie bevoegd was de woning te betreden. Hoewel er sprake was van een vormverzuim bij het opmaken van het verslag van binnentreden, leidde dit slechts tot strafvermindering en niet tot bewijsuitsluiting.
De feiten bewezen verklaard betreffen het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet door het telen van circa 52 hennepplanten en het samen met anderen stelen van elektriciteit door braak op een zekeringkast. Verdachte erkende zijn betrokkenheid en gaf aan dat hij de zolder ter beschikking had gesteld en wist van de stroomaftap.
Gezien de ernst van de feiten, het maatschappelijke belang en het ontbreken van eerdere veroordelingen, legde de rechtbank een geldboete van 500 euro op, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De straf is lager dan gevorderd vanwege het vormverzuim en het tijdverloop in de procedure.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete van 500 euro voor medeplegen van hennepteelt en diefstal van elektriciteit.