ECLI:NL:RBUTR:2008:BE9242
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Krol
- J.M. Eelkema
- D.A.C. Koster
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na handel in cocaïne
De rechtbank Utrecht behandelde een ontnemingsprocedure tegen een veroordeelde die was veroordeeld voor medeplegen van handel in verdovende middelen, specifiek cocaïne. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op transacties in april 2007 en soortgelijke feiten binnen een periode van drie maanden.
De verdediging voerde verweren aan over schending van het gelijkheidsbeginsel en de onschuldpresumptie, en betwistte de grondslag en berekening van het ontnemingsbedrag. De rechtbank verwierp deze verweren, oordeelde dat de officier van justitie op redelijke gronden de ontnemingsprocedure was gestart en dat de ontnemingsvordering ook gebaseerd mocht zijn op soortgelijke feiten.
Op basis van afgeluisterde telefoongesprekken, een aangetroffen aantekeningenblad en de vastgestelde transacties, schatte de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel op €47.250. Na verrekening van eerder verbeurd verklaarde bedragen werd de betalingsverplichting vastgesteld op €44.855. De rechtbank wees verzoeken tot matiging af wegens onvoldoende bewijs van ontoereikende draagkracht.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €44.855 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.