ECLI:NL:RBUTR:2008:BE9246
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Krol
- J.M. Eelkema
- D.A.C. Koster
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij handel in cocaïne
De rechtbank Utrecht behandelde een ontnemingsvordering op grond van artikel 36e Wetboek van Strafrecht tegen een veroordeelde voor medeplegen van handel in verdovende middelen, gepleegd op 25 april 2007. De ontnemingsvordering betrof ook soortgelijke feiten buiten de inleidende dagvaarding, wat de verdediging aanvocht vanwege de onschuldpresumptie.
De rechtbank verwierp het verweer dat het betrekken van eerdere transacties zonder vervolging in strijd zou zijn met artikel 6 EVRM Pro, verwijzend naar jurisprudentie en het feit dat de veroordeelde niet voor die feiten was vrijgesproken. Op basis van afgeluisterde telefoongesprekken, een aangetroffen aantekeningenblad en inbeslaggenomen cocaïne stelde de rechtbank vast dat in totaal zes kilo cocaïne in de periode van 16 tot 25 april 2007 was verhandeld.
De rechtbank rekende met een handelsperiode van drie maanden, een inkoopprijs van €31.750 per kilo en een verkoopprijs van €33.500 per kilo. Het wederrechtelijk verkregen voordeel werd geschat op €94.500, waarvan de veroordeelde de helft zou hebben verkregen, te weten €47.250. Na aftrek van het verbeurd verklaarde bedrag van €15.000 werd de betalingsverplichting vastgesteld op €32.250.
De rechtbank wees het meer of anders gevorderde af en legde de betalingsverplichting aan de veroordeelde op. Dit vonnis is gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken en uitgesproken op 4 augustus 2008.
Uitkomst: De veroordeelde moet €32.250 betalen aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.