ECLI:NL:RBUTR:2008:BE9484
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Officier van Justitie niet-ontvankelijk verklaard wegens eerdere beëindiging zaak
Deze strafzaak betrof het bezit van een grote partij accijnsgoederen, namelijk 3.210.000 sigaretten, die niet overeenkomstig de Accijnswet 1992 waren betrokken. Verdachte en mogelijk mededaders zouden de sigaretten in een vrachtwagen hebben geladen en deze afgeschermd hebben met veenbessen en/of valse laadbrieven, zonder correcte invoeraangifte binnen de EG of Nederland.
Tijdens de terechtzitting op 14 augustus 2008 is gebleken dat deze zaak reeds op 17 november 2003 door de enkelvoudige raadkamer van de rechtbank Utrecht op verzoek van de verdachte ex artikel 36 Wetboek Pro van Strafvordering was beëindigd. Dit betekent dat de vervolging destijds is geëindigd zonder inhoudelijke behandeling.
Gezien deze eerdere beëindiging verklaart de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vervolging. Dit betekent dat de strafzaak niet verder wordt behandeld en de vervolging niet kan worden voortgezet.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Utrecht op 28 augustus 2008, waarbij de officier van justitie niet-ontvankelijk werd verklaard.
Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens eerdere beëindiging van de zaak.