ECLI:NL:RBUTR:2008:BF2117
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet docent na strafrechtelijke veroordeling niet rechtsgeldig
Een docent Duits werd in december 2006 op staande voet ontslagen door zijn werkgever nadat hij in eerste aanleg was veroordeeld voor verkrachting en ontucht van een minderjarige oud-leerlinge. De arbeidsovereenkomst werd vervolgens voorwaardelijk ontbonden met een voorwaardelijke vergoeding, die pas verschuldigd zou zijn bij onherroepelijke vrijspraak. In hoger beroep werd de docent vrijgesproken.
De docent vorderde vervolgens dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was gegeven, omdat de onschuldpresumptie werd geschonden en de veroordeling nog niet onherroepelijk was. De werkgever voerde aan dat het vonnis van de rechtbank een dringende reden vormde voor het ontslag, omdat het niet langer mogelijk was de docent in dienst te houden.
De rechtbank oordeelde dat de werkgever het ontslag te vroeg had gegeven, omdat de veroordeling nog niet onherroepelijk was en de onschuldpresumptie in acht had moeten worden genomen. Ook de omstandigheden, zoals de doorbetaling van loon sinds september 2004 zonder werk, rechtvaardigden geen ontslag op staande voet. Bovendien was de docent op het moment van ontvangst van het ontslag ziek gemeld, waardoor het ontslag niet rechtsgeldig was.
De rechtbank verklaarde het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig, kende de loonvordering en vakantiebijslag toe over de periode van 19 december 2006 tot 1 april 2007, en veroordeelde de werkgever tot betaling van de voorwaardelijke ontbindingsvergoeding nu de voorwaarde van vrijspraak was vervuld. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van de docent toegewezen.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig en de docent krijgt loon, vakantiebijslag en ontbindingsvergoeding toegewezen.