ECLI:NL:RBUTR:2008:BF3960

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
1 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16-710102-07
Instantie
Rechtbank Utrecht
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting op 26 juli 2006 te Amersfoort

Op 26 juli 2006 werd verdachte beschuldigd van verkrachting van aangeefster te Amersfoort. Aangeefster verklaarde dat verdachte haar met geweld en bedreiging tot seksuele handelingen dwong. Getuigenverklaringen ondersteunden deels het verhaal van aangeefster, waaronder het verzoek om haar vriend te bellen tijdens het incident.

Verdachte ontkende de tenlastelegging en stelde dat de seksuele handelingen vrijwillig waren. Hij bevestigde dat aangeefster de kamer verliet en terugkeerde, en dat haar vriend later arriveerde en met hem sprak.

De rechtbank vond dat de verklaringen van aangeefster en verdachte elk op hoofdlijnen consistent waren, maar dat de getuigenverklaringen onvoldoende doorslaggevend waren om de dwang te bewijzen. Hierdoor kon niet met wettige en overtuigende bewijskracht worden vastgesteld dat sprake was van verkrachting.

Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van de tenlastelegging wegens gebrek aan bewijs.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat seksuele handelingen onder dwang plaatsvonden.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector strafrecht
Parketnummer(s): 16/710102-07
Datum uitspraak: 1 oktober 2008
Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaak tegen:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats],
niet als ingezetene ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
regelmatig verblijvende te [verblijfplaats].
Raadsvrouwe: mr. C.C.Th. van ’t Westende-Meeder.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
17 september 2008.
De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 26 juli 2006 te Amersfoort, althans in het arrondissement Utrecht, door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid [aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft verdachte (telkens) zijn, verdachtes, penis en/of zijn vinger(s) in de vagina van [aangeefster] gebracht en/of die [aangeefster] (meermalen) op haar buik en/of (boven)benen betast
en/of [aangeefster] op haar buik en/of borsten en/of bovenbenen gekust en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of andere feitelijkheid hierin dat verdachte (telkens)
- tegen [aangeefster] heeft gezegd dat hij toch niet naar haar zou luisteren en dat hij deed wat hij wilde, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of
- [aangeefster] op het bed heeft geduwd en/of
- terwijl [aangeefster] op het bed lag en hem, verdachte, probeerde weg te duwen, tegen haar borstkas heeft geduwd en/of
- de jurk van [aangeefster] omhoog heeft gedaan en/of
- met zijn, verdachtes, hand(en) en/of be(e)n(en) haar benen uit elkaar heeft geduwd en/of (aldus) ruimte heeft gemaakt en/of (aldus) heeft voorkomen dat zij haar benen bij elkaar kon houden en/of
- (aldus) [aangeefster] in haar bewegingsvrijheid heeft belemmerd en/of
- (aldus) misbruik heeft gemaakt van uit feitelijke verhoudingen en omstandigheden voortvloeiend overwicht van verdachte op [aangeefster].
Vrijspraak
De rechtbank overweegt omtrent het tenlastegelegde het volgende.
Aangeefster […] heeft bij de politie, de rechter-commissaris d.d. 18 april 2008 en ter terechtzitting van 17 september 2008 een heldere en consistente verklaring afgelegd dat op 26 juli 2006 tegen haar wil seks heeft plaatsgevonden tussen haar en verdachte.
Daarentegen heeft verdachte in elk stadium van het proces ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan de hem verweten gedraging. Hij stelt zich op het standpunt dat op 26 juli 2006 vrijwillig seks heeft plaatsgevonden. Ook in zijn relaas is verdachte helder en consistent.
De rechtbank is daarmee geconfronteerd met twee lezingen, die ieder op hoofdlijnen consistent zijn.
Ondersteunende bewijsmiddelen die de juistheid van de door aangeefster afgelegde verklaringen kunnen bevestigen, zouden gevonden kunnen worden in de verklaringen van de getuigen [1] en [2]. [Getuige 2] heeft verklaard dat aangeefster haar heeft verzocht om de vriend van aangeefster, [getuige 1], te bellen en te zeggen dat hij moest komen. Dit was op het moment dat verdachte bij haar was. Uit het dossier blijkt voorts dat [getuige 1] is gekomen en aan verdachte heeft gevraagd of hij aangeefster verkracht had. Uiteindelijk hebben [getuige 1] en verdachte de woning gezamenlijk verlaten
.
Verdachte heeft ter terechtzitting bevestigd dat aangeefster de kamer heeft verlaten en daarna weer is teruggekomen. Wat zij buiten de kamer heeft gedaan, weet hij niet, maar het is, volgens verdachte, aannemelijk dat zij toen [getuige 2] naar haar vriend heeft laten bellen. Ook heeft verdachte bevestigd dat [getuige 1] is gekomen, hij met hem heeft gesproken en zij beiden vervolgens de woning hebben verlaten.
Naar het oordeel van de rechtbank geven deze getuigenverklaringen geen doorslag omtrent de beoordeling van het tenlastegelegde. De twijfel of de seksuele gemeenschap onder dwang danwel vrijwillig heeft plaatsgevonden kan daardoor niet worden weggenomen.
De rechtbank acht derhalve het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en zal om die reden de verdachte vrijspreken.
DE BESLISSING
De rechtbank beslist als volgt:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mrs A. Wassing, voorzitter, N.V.M. Gehlen en A. Muller, rechters, bijgestaan door mr. A. van Beek als griffier
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 oktober 2008.
Mr A. Wassing is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.