ECLI:NL:RBUTR:2008:BF7456
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onrechtmatige hinder door bomen en coniferen
De zaak betreft een geschil tussen buren over bomen en coniferen die op het perceel van gedaagden staan en overlast zouden veroorzaken voor eisers. Eisers vorderen onder meer verwijdering van de bomen en onderhoud van de begroeiing, alsmede een schadevergoeding van €35.000 wegens waardevermindering van hun woning.
De rechtbank stelt vast dat partijen een afspraak hadden dat de coniferen in mei 2007 gesnoeid zouden worden tot een hoogte van 2,20 meter. Gedaagden hebben conform deze afspraak gehandeld en hebben bovendien een kapvergunning aangevraagd, wat redelijk werd geacht. Eisers konden niet aantonen dat gedaagden nalatig waren of dat de hinder onrechtmatig was.
Ook is onvoldoende onderbouwd dat de aanwezigheid van de coniferen daadwerkelijk heeft geleid tot verminderd lichtinval of dat dit verband hield met de waardevermindering van de woning. De rechtbank acht de stellingen van gedaagden over andere oorzaken van lichtgebrek aannemelijk en concludeert dat de hinder niet onrechtmatig was.
Daarom wijst de rechtbank de vorderingen af en veroordeelt eisers in de proceskosten. De beslissing is genomen door mr. M. Ramsaroep en uitgesproken op 27 augustus 2008.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatige hinder en schade.