ECLI:NL:RBUTR:2008:BF8831
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huurovereenkomst wegens misbruik omstandigheden en toekenning schadevergoeding
De rechtbank Utrecht heeft op 16 juli 2008 uitspraak gedaan in een civiele zaak over de gevolgen van de vernietiging van een opzegging van een huurovereenkomst woonruimte wegens misbruik van omstandigheden. De kantonrechter oordeelde dat de opzegging en de machtigingen tot ontruiming en opslag van de inboedel vernietigd zijn door buitengerechtelijke verklaringen van de gemachtigde van eiser.
Hoewel partijen het erover eens waren dat teruggave van de woning praktisch niet meer mogelijk was omdat deze aan een andere huurder was toegewezen, werd geoordeeld dat de werking van de vernietiging aan de opzegging geheel ontzegd moest worden. Dit omdat teruggave bezwaarlijk is, waardoor eiser aanspraak kan maken op een geldelijke vergoeding op grond van artikel 3:53 lid 2 BW Pro.
De rechtbank wees een vergoeding toe van in totaal €17.866,50, bestaande uit kosten van vervangende huisvesting, verlies van woonruimte (€12.000), terugbetaling van kosten voor opslag van inboedelgoederen en schade aan deze goederen. Viveste werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding met wettelijke rente vanaf de dagvaarding. Tevens werd Viveste veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van eiser.
De rechtbank verwierp het verweer van Viveste dat zij niet onbillijk bevoordeeld zou zijn en dat zij voldoende inspanningen had verricht om vervangende woonruimte te vinden. De kantonrechter vond de inspanningen onvoldoende en oordeelde dat de benadeling van eiser evident was. De vorderingen tot immateriële schadevergoeding voor onrechtmatige detentie werden afgewezen omdat deze maatstaf niet vergelijkbaar was met het gemis van woonruimte.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de opzegging en veroordeelt Viveste tot betaling van €17.866,50 aan vergoeding met rente en proceskosten aan eiser.