ECLI:NL:RBUTR:2008:BG0847
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen dwangbevel bestuursdwangkosten en incassokosten Provincie Utrecht
De Provincie Utrecht had bestuursdwang toegepast om een recreatiewoonschip te verwijderen nadat eiser niet binnen de gestelde termijn had voldaan aan een verwijderingsverplichting. De Provincie vorderde vervolgens de kosten van bestuursdwang, waaronder kosten van een derde partij (Klomp Transport) en incassokosten.
Eiser stelde verzet in tegen het dwangbevel, betwistte de hoogte en redelijkheid van de kosten en voerde aan dat de Provincie zelf werkzaamheden had verricht waardoor incassokosten niet toewijsbaar zouden zijn. De rechtbank oordeelde dat de bestuursdwangaanzegging onherroepelijk en rechtmatig was en dat de Provincie beleidsvrijheid heeft bij de wijze van tenuitvoerlegging, die slechts marginaal getoetst kan worden.
De rechtbank vond geen bewijs van evident disproportionele kosten en verwierp het verzet tegen de bestuursdwangkosten. Wel stelde de rechtbank vast dat de incassokosten van €1.036,71 forfaitair waren gebaseerd op de Kostenwet invordering Rijksbelastingen en niet op werkelijk gemaakte kosten, waardoor deze vordering niet toewijsbaar was.
Daarom werd het verzet gegrond verklaard voor de incassokosten en buiten effect gesteld, maar voor het overige afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten van €1.155,00 ten behoeve van de Provincie Utrecht.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard voor de incassokosten van €1.036,71 en buiten werking gesteld, voor de overige bestuursdwangkosten wordt het verzet afgewezen.