ECLI:NL:RBUTR:2008:BG1650
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M.E. Bernini
- J.W. Veenendaal
- D. Kuipers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken ontuchtig karakter bij seksuele handelingen met minderjarige
De rechtbank Utrecht behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van ontuchtige handelingen met een minderjarige tussen twaalf en zestien jaar. Verdachte en het slachtoffer hadden een affectieve relatie en waren verliefd op elkaar. De seksuele handelingen vonden plaats in oktober 2006, waarbij het slachtoffer toen 14 jaar was en verdachte 19.
De rechtbank overwoog dat artikel 245 Sr Pro jeugdigen beschermt tegen ernstige seksuele handelingen, maar dat het ontuchtige karakter kan ontbreken als de handelingen vrijwillig plaatsvinden binnen een affectieve relatie en er sprake is van een gering leeftijdsverschil. In deze zaak was het leeftijdsverschil niet gering, maar er waren bijzondere omstandigheden: verdachte zocht geborgenheid en warmte, had een goede relatie met het gezin van het slachtoffer, en het slachtoffer zocht zelf contact.
De relatie werd voortgezet na het eerste seksuele contact, wat volgens de rechtbank aangeeft dat verdachte niet enkel op seks uit was. Gezien deze omstandigheden ontbrak het ontuchtige karakter van de handelingen. De rechtbank kreeg op grond van wettige bewijsmiddelen geen overtuiging dat verdachte het ten laste gelegde feit had begaan en sprak hem vrij.
De officier van justitie had een voorwaardelijke gevangenisstraf geëist, maar de verdediging pleitte vrijspraak. De rechtbank volgde het verweer en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat het ontuchtige karakter van de seksuele handelingen ontbrak.