ECLI:NL:RBUTR:2008:BG4779
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vermindering van bonus tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof
De werkneemster was sinds 2003 in dienst en maakte aanspraak op een bonusregeling die een variabele aanvulling op het loon bood, afhankelijk van bedrijfsresultaten en individuele doelstellingen. De bonusregeling bevatte een beding waarbij bij langdurige inactiviteit, waaronder ziekte, de bonus naar rato werd verminderd. De werkneemster was in 2004, 2006 en 2007 gedeeltelijk afwezig wegens zwangerschaps- en bevallingsverlof, waarna haar bonus werd verminderd.
Zij vorderde betaling van de niet-betaalde bonussen over deze jaren en stelde dat het beding in strijd was met het verbod op onderscheid naar geslacht in artikel 7:646 BW Pro. De werkgever voerde aan dat het onderscheid niet verboden was omdat de bonusregeling niet onderscheid maakte naar reden van inactiviteit en dat tijdens zwangerschapsverlof geen recht op loondoorbetaling bestond volgens artikel 7:629 lid 4 BW Pro.
De rechtbank oordeelde dat het beding en de toepassing daarvan wel degelijk direct onderscheid naar geslacht maakten, omdat zwangerschap en bevalling alleen vrouwen betreffen en dat de bonus niet als naar tijdruimte vastgesteld loon kon worden aangemerkt. Hierdoor was de vermindering van de bonus onrechtmatig en nietig voor zover deze betrekking had op zwangerschaps- en bevallingsverlof. De vordering tot betaling van de resterende bonus werd toegewezen, met een gematigde wettelijke verhoging en zonder toekenning van buitengerechtelijke kosten.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van de resterende bonussen over de zwangerschaps- en bevallingsverlofperiodes met wettelijke rente en proceskosten.