ECLI:NL:RBUTR:2008:BG4949
Rechtbank Utrecht
- Wraking
- P.S. Elkhuizen-Koopmans
- G.A.M.E. van de Burg-van Geest
- D.A.J. Overdijk
- Rechtspraak.nl
Wraking kantonrechter wegens schijn van vooringenomenheid in beschermingsbewindprocedure
De Stichting Beheer Bewonersgelden Siza Dorp Groep (SBBS) voerde het bewind over het vermogen van circa 130 cliënten en beheerde daarnaast financiën van 375 andere cliënten. Door beëindiging van dienstverlening door Siza Dorp zocht SBBS naar alternatieven voor de uitvoering van beheerstaken. De kantonrechter, belast met toezicht, uitte bezwaar tegen de wijze van delegatie en kondigde aan SBBS ambtshalve te kunnen ontslaan als bewindvoerder.
SBBS diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter wegens schijn van vooringenomenheid. SBBS stelde dat de beslissing tot ontslag al vaststond, dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden en dat vertrouwelijke informatie onrechtmatig was gedeeld met een derde partij, de Gelderse Stichting.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er geen persoonlijke vooringenomenheid was, de wijze van handelen van de kantonrechter, zoals het niet horen van SBBS voorafgaand aan een voorlopige voorziening en het weigeren van nadere toelichting, bij SBBS de gerechtvaardigde vrees kon wekken dat haar standpunt niet werd meegewogen. Dit leidde tot de gegrondverklaring van het wrakingsverzoek.
De rechtbank benadrukte de bijzondere rol van de kantonrechter in bewindzaken, waarbij het belang van de rechthebbende centraal staat en de rechter een actieve rol heeft. Desondanks moet onpartijdigheid gewaarborgd blijven. De beslissing werd genomen door drie rechter-plaatsvervangers van de rechtbank Arnhem en uitgesproken op 20 november 2008.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter werd gegrond verklaard wegens schijn van vooringenomenheid.