ECLI:NL:RBUTR:2008:BG5388
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing wettelijke handelsrente op geldleningsovereenkomst afgewezen
ING Real Estate Finance N.V. vordert betaling van een uitstaande hoofdsom van EUR 4.668.927,67 vermeerderd met wettelijke handelsrente over deze som vanaf 16 december 2006. Lisman c.s. erkent de hoofdsom maar betwist de toepasselijkheid van de wettelijke handelsrente omdat de geldleningsovereenkomst is gesloten vóór de inwerkingtreding van artikel 6:119a BW.
De rechtbank stelt vast dat hoewel de oorspronkelijke overeenkomst dateert van 1998, in 2006 een nieuwe overeenkomst is gesloten waarin rente en looptijd zijn gewijzigd. Desondanks oordeelt de rechtbank dat artikel 6:119a BW niet van toepassing is op geldleningsovereenkomsten omdat deze niet kwalificeren als handelsovereenkomsten waarvoor een factuur wordt uitgereikt.
De primaire vordering tot wettelijke handelsrente wordt daarom afgewezen. De rechtbank wijst de subsidiaire vordering toe waarbij de contractuele rente van 3-maands EURIBOR plus 3% wordt toegepast vanaf 16 december 2006. Tevens worden Lisman c.s. veroordeeld tot betaling van beslagkosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Lisman c.s. wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom met contractuele rente en proceskosten, wettelijke handelsrente wordt afgewezen.