ECLI:NL:RBUTR:2008:BG5958
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen schorsing procedure in vrijwaring na faillissement eiser in hoofdzaak
In deze zaak tussen eiser en Wells Club Soesterberg BV gaat het om een procedure in vrijwaring die verband houdt met een hoofdzaak tussen eiser en een derde partij [X]. In de hoofdzaak was geoordeeld dat eiser niet had bewezen als gevolmachtigde van Wells Club te hebben gehandeld, waardoor hij persoonlijk aansprakelijk bleef voor de facturen van [X]. Wells Club stelde dat de vrijwaringsprocedure geschorst moest worden vanwege het faillissement van [X], de wederpartij in de hoofdzaak.
Eiser betwistte dat de schorsing automatisch moest plaatsvinden en stelde dat hij wel degelijk volmacht had van Wells Club om namens hen te handelen. Hij verwees naar verklaringen van betrokkenen en bestuursstructuren van de vennootschappen. Wells Club voerde als verweer dat zij geen volmacht aan eiser had verleend en dat de procedure geschorst moest worden om de curator van de failliete wederpartij de gelegenheid te geven zich uit te spreken.
De rechtbank oordeelde dat de vrijwaringsprocedure niet automatisch geschorst hoeft te worden omdat de uitkomst van beide procedures niet volledig afhankelijk is van elkaar. Wel achtte de rechtbank het redelijk om eiser de mogelijkheid te geven zich uit te laten over het schorsingsverzoek, mede om proceseconomische redenen. De zaak werd aangehouden tot 17 december 2008 voor een nadere akte van eiser.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot schorsing van de vrijwaringsprocedure af en stelt eiser in de gelegenheid zich uit te laten over het schorsingsverzoek.