ECLI:NL:RBUTR:2008:BG6116

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
5 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16/610057-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van gooien van voorwerpen van viaduct over snelweg

Verdachte werd beschuldigd van poging tot doodslag of zwaar lichamelijk letsel door het gooien van voorwerpen vanaf een viaduct over de A28. De rechtbank onderzocht de betrouwbaarheid van de verklaringen en het bewijs, waarbij verdachte verklaarde verward te zijn en dat hij nooit voorwerpen had gegooid, maar een verzonnen verhaal had verteld om uit een instelling te ontsnappen.

Psychiater en psycholoog stelden vast dat verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar was. Getuige-deskundigen bevestigden dat verdachte mogelijk een verzonnen verhaal had om zijn verblijf in de instelling te ontlopen, mede geïnspireerd door een televisie-uitzending.

Getuigen die nabij het viaduct stonden zagen verdachte wel stenen vasthouden en een verhaal vertellen, maar zagen hem niets gooien. De politie vond enkele voorwerpen onder het viaduct, maar deze kwamen niet overeen met de door verdachte genoemde objecten. Er was geen melding van schade aan voertuigen die avond.

De rechtbank oordeelde dat de bekentenissen van verdachte niet betrouwbaar waren en dat niet wettig en overtuigend bewezen was dat hij de ten laste gelegde feiten had gepleegd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij voorwerpen van het viaduct heeft gegooid.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector strafrecht
parketnummer: 16/610057-08 [P]
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 21 november 2008
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren [1950] te [geboorteplaats],
wonende te [adres].
Raadsman: mr. A.M.P. Adank, advocaat te Utrecht.
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 21 november 2008, waarbij de officier van justitie, mr. E.C. Lodder, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er - kort en feitelijk weergegeven - op neer dat verdachte:
primair, subsidiair en meer subsidiair: heeft geprobeerd om één of meer automobilisten/personen van het leven te beroven of zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door vanaf een viaduct over de A28 een aantal voorwerpen naar beneden te gooien, dan wel dat hij hierdoor gevaar of hinder op voornoemde weg heeft veroorzaakt.
3 De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4 De beoordeling van het bewijs
4.1 Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte van het onder primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde wordt vrijgesproken. De raadsman heeft zich op hetzelfde standpunt gesteld.
4.2 De feiten
Op 17 december 2007 krijgt de politie de melding binnen dat er een man op een viaduct over de A28 te Huis ter Heide staat met stenen in zijn hand. De politie gaat ter plaatse en treft verdachte nabij het viaduct aan, alsmede twee getuigen, melders van het incident. De getuigen verklaren dat zij nabij het viaduct stonden toen verdachte naar hen toe kwam lopen. Verdachte vertelde hen dat hij uit een inrichting was ontsnapt en een aantal voorwerpen klaar had liggen om van het viaduct af te gooien. Hij vroeg hen of zij de politie konden bellen omdat hij niet terug wilde naar de inrichting. De getuigen belden de politie, die kort daarna ter plaatse was. De getuigen hebben niet gezien dat verdachte daadwerkelijk iets van het viaduct heeft gegooid.
Na zijn aanhouding verklaart verdachte ter plaatse aan verbalisanten dat hij diverse voorwerpen van het viaduct heeft gegooid. Verbalisanten kijken vanaf het viaduct naar beneden en zij zien op de rijstrook en op de vluchtstroken van de A28 twee dikke takken liggen en een paar straattegels.
Verdachte heeft niet alleen ter plaatse, maar ook bij verhoor op het politiebureau verklaard dat hij die avond een aantal voorwerpen van het betreffende viaduct heeft gegooid. Hij noemt een voetsteun van een metalen dranghek alsmede een boomstam van 150 bij 30 centimeter en vier stenen klinkers. Verdachte verklaart dat hij na het gooien van de voorwerpen glasgerinkel heeft gehoord en vermoedelijk een voertuig heeft geraakt.
Verdachte heeft verder verklaard dat dit niet de eerste keer was dat hij voorwerpen van een viaduct gooide. Enkele dagen voor zijn aanhouding heeft hij van hetzelfde viaduct twee stenen naar beneden gegooid en enkele weken daarvoor heeft hij een steen van een viaduct over een weg in Brabant gegooid, welke steen door de voorruit van een auto is gegaan, aldus verdachte.
Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij die betreffende avond dusdanig verward was, dat hij zich niet goed meer kan herinneren wat er is gebeurd. Verdachte heeft verklaard dat hij echter zeker weet dat hij die betreffende avond, maar ook daarvoor, nimmer voorwerpen van een viaduct heeft gegooid. Verdachte heeft verklaard dat hij zich ongelukkig voelde in de instelling waar hij op dat moment verbleef. Door een verzonnen verhaal tegen de politie te vertellen, wilde hij bereiken dat hij niet meer terug hoefde naar deze instelling, aldus verdachte.
4.3 De persoon van verdachte
Psychiater J.M.J.F. Offermans en psycholoog A.J. Klumpenaar hebben verdachte onderzocht en over hun onderzoek gerapporteerd aan de rechtbank. Beiden komen tot de conclusie dat verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten - indien bewezen - lijdende was aan een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens, zodat verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht.
Ter zitting is aandacht geschonken aan de persoon van verdachte en zijn verstandelijke- en psychische problematiek. De rechtbank heeft voornoemde psychiater en psycholoog alsmede een verpleegkundige van de instelling waar verdachte destijds verbleef en ook nu nog verblijft, de heer M.A.J.M. van Zeeland, als getuige-deskundige gehoord. De rechtbank heeft de getuige-deskundigen onder meer bevraagd naar de betrouwbaarheid van de verklaringen die verdachte kort na zijn aanhouding heeft afgelegd.
Getuige-deskundige M.A.J.M. van Zeeland heeft bevestigd dat verdachte de instelling wenste te verlaten. Hoewel hij verdachte in staat acht om impulsieve feiten zoals ten laste zijn gelegd te plegen, noemt hij de verklaring die verdachte na zijn aanhouding aflegde niet betrouwbaar. Hij heeft daarbij gewezen op het feit dat op de avond van
17 december 2007 een televisie-uitzending is geweest van Opsporing Verzocht. In dit programma is aandacht geschonken aan een zaak in Brabant, waarbij iemand een steen van een viaduct over een snelweg gooide en waarbij een personenwagen op de voorruit werd geraakt. Uit gegevens van de instelling blijkt dat verdachte de instelling op de avond dat dit incident plaatsvond niet heeft verlaten, zodat verdachte dit feit niet kan hebben gepleegd. Ditzelfde geldt voor de verklaring van verdachte dat hij enkele dagen voor
17 december 2007 ook stenen van het viaduct over de A28 heeft gegooid.
De getuige-deskundige heeft voorts verklaard dat verdachte zaken regelmatig “groter maakt” dan dat zij uiteindelijk zijn om zijn doel te bereiken. Hij acht het goed denkbaar dat dit nu ook is gebeurd, met als doel het verlaten van de instelling.
Ook getuige-deskundigen J.M.J.F. Offermans en Klumpenaar hebben verklaard dat de wil van verdachte om de instelling waar hij op dat moment verbleef te verlaten zeer groot was. Getuige-deskundige. Offermans heeft daaraan nog toegevoegd dat hij niet uitsluit dat deze wil zo groot was dat verdachte, wellicht geïnspireerd door de uitzending van het programma Opsporing Verzocht, een verhaal heeft verzonnen met als doel het verlaten van de instelling.
4.4 Het oordeel van de rechtbank
Gelet op het voorgaande is de rechtbank, net als de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat de bekentenissen die verdachte na zijn aanhouding bij de politie heeft afgelegd, niet betrouwbaar zijn.
De rechtbank wijst er daarbij op dat een belangrijk deel van de deze verklaringen aantoonbaar onjuist is. Uit het onderzoek ter terechtzitting blijkt immers dat verdachte niet betrokken kan zijn geweest bij de eerdere incidenten die hij heeft genoemd. Daarnaast komen de voorwerpen die de politie onder het viaduct heeft zien liggen, niet overeen met de voorwerpen die verdachte heeft genoemd. Uit onderzoek blijkt verder niet dat er die avond een melding is binnengekomen van een voertuig dat is geraakt door een voorwerp dat van een viaduct is gegooid. De getuigen die nabij het betreffende viaduct stonden, hebben bovendien niet gezien dat verdachte daadwerkelijk iets van het viaduct heeft gegooid.
Ten slotte heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij nimmer voorwerpen van een viaduct heeft gegooid en dat hij dit verhaal verzonnen heeft omdat hij weg wilde uit de instelling waar hij op dat moment verbleef, hetgeen ook door de getuige-deskundigen wordt bevestigd.
De rechtbank acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken.
5 De beslissing
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.
Dit vonnis is gewezen door mrs. A.J.P. Schotman, voorzitter, C.W. Bianchi en R.P.G.L.M. Verbunt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.A. Groenevelt-Timmer, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 21 november 2008.
Mr. R.P.G.L.M. Verbunt is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.