ECLI:NL:RBUTR:2008:BG6496
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid advocaat wegens onjuiste ontbinding aannemersovereenkomst zonder ingebrekestelling
Eisers sloten een aannemingsovereenkomst met Bouw- en Aannemingsbedrijf B.C. Drost B.V. voor woningverbouwing. Door vertraging en gebreken ontstond een geschil, waarbij de advocaat van eisers de overeenkomst zonder voorafgaande ingebrekestelling ontbond. De Raad van Arbitrage voor de Bouw oordeelde dat ontbinding zonder ingebrekestelling niet rechtsgeldig was, waardoor eisers schade leden.
Eisers stelden hun advocaat aansprakelijk wegens beroepsfout omdat hij naliet Drost eerst in gebreke te stellen en een redelijke termijn te gunnen. De advocaat verdedigde zich met het argument dat ingebrekestelling niet altijd vereist is, zeker bij fatale termijnen en ernstig verstoorde relaties.
De rechtbank oordeelde dat artikel 6:89 BW Pro niet van toepassing is omdat het hier gaat om het niet intreden van een beoogd rechtsgevolg en niet om een gebrek dat inspectie vereist. De advocaat had niet voorzien dat de Raad de contractuele regeling voor overschrijding van de termijn strikt zou toepassen en dat ingebrekestelling noodzakelijk was. Hierdoor heeft hij zijn cliënten blootgesteld aan onnodige risico's en is sprake van een beroepsfout.
De rechtbank houdt de beslissing over de aansprakelijkheid aan en geeft de advocaat de gelegenheid zich uit te laten over de mate waarin de Raad anders had kunnen beslissen. De zaak wordt voortgezet na aanvullende schriftelijke stukken.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de advocaat een beroepsfout heeft gemaakt door de aannemersovereenkomst zonder ingebrekestelling te ontbinden en houdt de beslissing over aansprakelijkheid aan.