ECLI:NL:RBUTR:2008:BG8340
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen onrechtmatige daad bij verkoop onroerende zaken uit nalatenschap tegen marktconforme prijs
Deze civiele zaak betreft een geschil over de verkoop van onroerende zaken uit een nalatenschap in 2001. Eisers stelden dat de verkoopprijs te laag was en dat er sprake was van onrechtmatig handelen door de verkoop zonder instemming van alle erfgenamen. De rechtbank liet deskundigen een taxatierapport opstellen dat de waarde van de panden in 2001 en 2006 vaststelde.
De deskundigen bepaalden de waarde op basis van vergelijkbare transacties en factoren zoals ligging en staat van onderhoud, waarbij ook splitsings- en renovatiekosten werden meegenomen. Hoewel de verkoopprijs in 2001 lager was dan de getaxeerde waarde, oordeelde de rechtbank dat dit verschil binnen een aanvaardbare marge viel gezien de staat van de panden, de moeizame verhoudingen tussen erfgenamen, en het ontbreken van andere biedingen.
De rechtbank verwierp de stelling dat eisers onrechtmatig hadden gehandeld door de verkoop uit te voeren na een kort geding vonnis dat deze toestemming gaf. De vorderingen van de verweerders tot schadevergoeding en andere maatregelen werden afgewezen. De nalatenschap wordt verdeeld onder de erfgenamen en de kosten van de procedure en taxaties worden verdeeld zoals bepaald.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de verkoop van de onroerende zaken in 2001 niet onrechtmatig was en wijst de vorderingen van de verweerders af.