ECLI:NL:RBUTR:2008:BG8355
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling van verpande vorderingen en bewijswaardering verrekenbare tegenvordering
Rabobank vordert betaling van Boas van verpande vorderingen die zij van Weller & Verhoef had ontvangen. Weller & Verhoef was in surséance van betaling en later failliet verklaard. Boas stelde een verrekenbare tegenvordering wegens te late leveringen door Weller & Verhoef, onderbouwd met interne administratieve stukken.
De rechtbank oordeelt dat Boas onvoldoende bewijs heeft geleverd van haar tegenvordering, omdat zij geen controleerbare documenten zoals orderbonnen of correspondentie heeft overgelegd. De mogelijkheid om getuigen te horen is door Boas niet tijdig aangevraagd en daarmee prijsgegeven.
Rabobank heeft haar primaire vordering onvoldoende onderbouwd, maar de subsidiaire vordering van EUR 68.416,55 uit de administratie van Weller & Verhoef is niet weersproken en wordt toegewezen. Vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen, maar wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 2 mei 2006.
Boas wordt veroordeeld tot betaling van EUR 68.416,55 vermeerderd met rente en in de proceskosten van Rabobank. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Boas wordt veroordeeld tot betaling van EUR 68.416,55 plus wettelijke rente en proceskosten aan Rabobank.