ECLI:NL:RBUTR:2008:BG9841
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.K. van de Poel
- E.P. de Beij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering vergunning standwerkersplaats op zaterdagmarkt Nieuwegein
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van de gemeente Nieuwegein om hem een vergunning te verlenen voor een standwerkersplaats op de zaterdagmarkt. De marktmeester had op 30 juni 2007 mondeling de vergunning geweigerd, wat later schriftelijk werd bevestigd. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het zou gaan om een informatieve brief en niet om een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de mondelinge weigering, schriftelijk bevestigd in een brief, een besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. Het bezwaar van eiser is daarom terecht ingediend en de niet-ontvankelijkverklaring onjuist. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en behandelt de zaak inhoudelijk zelf.
De rechtbank beoordeelt het door verweerder gehanteerde beleid voor de toewijzing van standwerkersplaatsen, waarbij prioriteit wordt gegeven aan artikelen die nog niet op de markt aanwezig zijn. Dit beleid is redelijk en niet in strijd met Europese regelgeving of het gelijkheidsbeginsel. Omdat op de betreffende dag alle beschikbare plaatsen al waren toegekend aan standwerkers met nieuwe artikelen, was de weigering van de vergunning aan eiser terecht.
De rechtbank verklaart het bezwaar tegen de weigering alsnog ongegrond en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van de proceskosten en het griffiegeld. Een schadevergoeding wordt niet toegekend omdat het bezwaar inhoudelijk ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering van de vergunning wordt gegrond verklaard voor de niet-ontvankelijkheid, maar inhoudelijk ongegrond; het bestreden besluit wordt vernietigd en de gemeente wordt veroordeeld in proceskosten.