ECLI:NL:RBUTR:2008:BG9893
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. Veenendaal
- P. Bender
- A.J.P. Schotman
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepteelt
De rechtbank Utrecht behandelde op 9 december 2008 een ontnemingszaak tegen verdachte, die eerder was veroordeeld voor medeplegen van een overtreding van de Opiumwet met betrekking tot hennepteelt in de periode van december 2006 tot mei 2007.
Tijdens de zitting van 25 november 2008 werd de officier van justitie gehoord, die een vordering tot ontneming van €53.700,- had ingesteld. De rechtbank stelde echter vast dat de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, zoals voorgesteld door de officier van justitie, onjuist was. Op basis van ervaringsregels en het dossier concludeerde de rechtbank dat slechts één oogst aannemelijk was en dat de gemiddelde opbrengst per plant en verkoopprijs lager waren dan door het OM gesteld.
De rechtbank berekende het bruto voordeel op €22.420,20 en trok hier kosten af van €4.937,70, waaronder kosten voor stekjes, water, voedingsmiddelen, investeringen en huur van de ruimte. Het netto wederrechtelijk verkregen voordeel werd daarmee vastgesteld op €17.482,50. Omdat verdachte samen met een medeverdachte was veroordeeld en geen inzicht was gegeven in de verdeling, werd het bedrag gehalveerd tot €8.741,25.
De rechtbank legde verdachte de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen en wees de overige vorderingen van de officier van justitie af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer, bestaande uit drie rechters, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Verdachte is verplicht tot betaling van €8.741,25 aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.