ECLI:NL:RBUTR:2008:BG9937
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.K.J. van den Boom
- M.P. Gerrits-Janssens
- A.M.M.E. Doekes-Beijnes
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens ontuchtige handelingen met vrouw met syndroom van Down en bezit en verspreiding kinderpornografie
De rechtbank Utrecht heeft verdachte veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met een vrouw met het syndroom van Down, waaronder seksueel binnendringen, en voor het bezit en verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen. De verklaringen van het slachtoffer, afgelegd tijdens een studioverhoor, werden als geloofwaardig beoordeeld en vormden de basis voor de bewijsvoering. Daarnaast werden verklaringen van getuigen en de bekennende verklaring van verdachte betrokken bij de bewijsvoering.
De rechtbank oordeelde dat verdachte zich bewust was van de geestelijke beperking van het slachtoffer en dat hij misbruik maakte van haar kwetsbare positie. De seksuele handelingen vonden plaats in de periode van september 2007 tot maart 2008. Verdachte bekende de handelingen deels, maar ontkende het seksueel binnendringen. De rechtbank verwierp dit verweer en achtte het bewezen dat verdachte meerdere ontuchtige handelingen heeft verricht, waaronder het binnendringen met vingers en penis.
Verder werd vastgesteld dat verdachte in bezit was van 235 kinderpornografische afbeeldingen en deze had verspreid. De rechtbank achtte dit eveneens wettig en overtuigend bewezen. Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met het psychologisch rapport waaruit bleek dat verdachte een licht zwakzinnig tot zwak begaafd intelligentieniveau heeft, waardoor hij de gevolgen van zijn handelingen niet volledig kon overzien.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, inclusief reclasseringstoezicht en ambulante hulpverlening. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot een schadevergoeding van € 2.568 aan het slachtoffer, bestaande uit materiële en immateriële schade. De overige vorderingen van het slachtoffer werden afgewezen wegens onvoldoende eenvoud voor strafgeding.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en tot betaling van € 2.568 schadevergoeding aan het slachtoffer.