ECLI:NL:RBUTR:2008:BH4413
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating hoger beroep tegen tussenvonnis in civiele procedure
In deze civiele procedure bij de rechtbank Utrecht heeft de gedaagde partij verzocht om het mogelijk te maken hoger beroep in te stellen tegen een tussenvonnis van 26 november 2008. De eiser stemde hier niet mee in en verzocht de rechtbank het verzoek af te wijzen.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad het wettelijke verbod op tussentijds hoger beroep in dagvaardingsprocedures wordt doorbroken indien het tussenvonnis een deel van het geschil afdoet en een ander deel in een interlocutoir vonnis blijft. Dit voorkomt splitsing van samenhangende vorderingen en tegenstrijdige beslissingen.
In deze zaak richt het hoger beroep zich tegen zowel het interlocutoire gedeelte als het eindvonnis in reconventie. Hierdoor is het verbod van artikel 337 lid 2 Rv Pro doorbroken en is een aparte opheffing door de rechtbank niet nodig. Het verzoek wordt daarom afgewezen wegens gebrek aan belang.
De rechtbank bepaalt dat de zaak op 7 januari 2009 zal worden voortgezet voor het nemen van een akte door de gedaagde partij en houdt verdere beslissingen aan.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing verbod op tussentijds hoger beroep wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.