ECLI:NL:RBUTR:2008:BH5630
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. Veenendaal
- A.J.P. Schotman
- Y.A.T. Kruijer
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid bij poging doodslag
Op 18 september 2008 heeft verdachte geprobeerd zijn echtgenote te doden door haar met een mes te steken en haar hoofd tegen de vloer te slaan. De rechtbank acht de verklaring van het slachtoffer en het bewijs overtuigend en stelt vast dat verdachte een stekende beweging maakte met het mes gericht op het hoofd en de hals van het slachtoffer.
Deskundigen hebben vastgesteld dat verdachte ten tijde van het feit leed aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, waardoor hij ontoerekeningsvatbaar is. De rechtbank sluit zich hierbij aan en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging. Wel wordt een maatregel opgelegd van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar.
De benadeelde partij vordert schadevergoeding voor materiële en immateriële schade. De rechtbank kent een bedrag van €5.003,55 toe, vermeerderd met wettelijke rente, maar verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk voor een deel van de vordering dat niet eenvoudig in het strafgeding kan worden behandeld. Dit deel kan bij de burgerlijke rechter worden ingediend.
De rechtbank veroordeelt verdachte tot betaling van de toegewezen schadevergoeding en legt de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis op. Het vonnis is uitgesproken op 31 december 2008 door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid en krijgt een maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis opgelegd.