ECLI:NL:RBUTR:2008:BH5721
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Z.J. Oosting
- P. Wagenmakers
- R. Kool
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor handel in cocaïne en verbeurdverklaring van goederen
De rechtbank Utrecht heeft op 5 november 2008 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van handel in cocaïne in de periode van januari tot en met juli 2008. Diverse getuigen verklaarden dat verdachte cocaïne verkocht en leverde, waarbij verdachte zelf de handel gedeeltelijk bekende maar de omvang bagatelliseerde. De rechtbank oordeelde dat verdachte medepleger was in de handel van harddrugs, waarbij hij gebruik maakte van een auto en andere middelen.
De rechtbank verwierp het verweer dat het in beslag genomen geld afkomstig was van een kasopname door de moeder van verdachte, en verklaarde het geld en de auto verbeurd. Daarnaast werden enkele voorwerpen onttrokken aan het verkeer vanwege hun aard en gebruik in de strafbare feiten, terwijl andere goederen werden teruggegeven aan verdachte of aan derden die als rechthebbenden werden aangemerkt.
De strafmaat werd vastgesteld op 12 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Tevens werd de voorwaardelijke jeugddetentie van 58 dagen uit een eerdere veroordeling gelast vanwege overtreding van de proeftijd. De rechtbank motiveerde de straf mede vanwege de ernst van het feit, de duur van de handel en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder eerdere veroordelingen.
De uitspraak bevatte ook een gedetailleerde beoordeling van de bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van getuigen die de handel en het gebruik van de auto bevestigden. De rechtbank achtte het bewezenverklaarde strafbaar en veroordeelde verdachte conform de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf en verbeurdverklaring van in beslag genomen goederen.