ECLI:NL:RBUTR:2008:BI3773
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering studiekosten na beëindiging arbeidsovereenkomst strijdig met wet en goed werkgeverschap
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en zijn werkgever over de terugvordering van studiekosten en studietijd op grond van een bepaling in de arbeidsovereenkomst. De arbeidsovereenkomst liep van september 2007 tot maart 2008 en werd niet verlengd vanwege ontevredenheid over de prestaties van de werknemer. De werkgever hield een bedrag van € 1.441,58 in op het loon als verrekening van studiekosten.
De werknemer stelde dat hij niet was geïnformeerd over een terugbetalingsverplichting en dat de bepaling in de arbeidsovereenkomst een kennelijke verschrijving bevatte. Tevens voerde hij aan dat de inhouding disproportioneel was en in strijd met goed werkgeverschap. De werkgever verdedigde de inhouding als een redelijke bescherming en wees op de instemming van de werknemer met de arbeidsvoorwaarden.
De rechtbank oordeelde dat de terugvorderingsregeling niet onduidelijk was, maar dat de toepassing ervan in dit geval niet toelaatbaar was. De inhouding leidde ertoe dat het loon van de werknemer onder het wettelijk minimum daalde, wat in strijd is met de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Ook was de werkgever tekortgeschoten in het hanteren van een terughoudend beleid en handelde zij in strijd met goed werkgeverschap. De vordering van de werknemer tot betaling van het ingehouden bedrag met wettelijke verhoging en rente werd toegewezen.
Uitkomst: Werkgever moet ingehouden studiekosten terugbetalen met wettelijke verhoging en rente wegens strijd met wet en goed werkgeverschap.