ECLI:NL:RBUTR:2009:BH0707
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- G.A.M.E. van der Burg-van Geest
- Rechtspraak.nl
Ontruiming voormalige echtelijke woning na echtscheiding met voorwaarden inzake hoofdelijke aansprakelijkheid
De man, eigenaar van de voormalige echtelijke woning, vordert ontruiming van de vrouw die daar nog woont na echtscheiding. De vrouw betwist het eigendom en voert financiële en praktische bezwaren aan tegen ontruiming, waaronder haar aansprakelijkheid voor een schuld en de zorg voor hun autistische zoon.
De rechtbank oordeelt dat de huwelijkse voorwaarden van toepassing zijn, waardoor de woning eigendom is van de man. De vrouw heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij geen andere woonruimte kan vinden, hoewel haar financiële situatie door de hoofdelijke aansprakelijkheid wordt bemoeilijkt. De belangen van de zoon wegen niet zwaar genoeg om ontruiming te verhinderen.
De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van drie maanden, waarbij de man moet zorgen dat de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid jegens de Rabobank. Daarnaast wordt de man veroordeeld tot medewerking aan de verkoop van een gemeenschappelijke woning in Spanje en het uitkeren van de helft van de opbrengst aan de vrouw. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Vrouw moet voormalige echtelijke woning binnen drie maanden ontruimen onder voorwaarde dat man haar ontslaat uit hoofdelijke aansprakelijkheid voor schuld.