ECLI:NL:RBUTR:2009:BH1190
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid rechtbank bij eenzijdig verzoek tot benoeming deskundigen in huwelijkse voorwaarden
In deze civiele procedure vordert de gedaagde dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar de kantonrechter op grond van een beding in de huwelijkse voorwaarden. Dit beding bepaalt dat de vaststelling van vermogens en waardebepaling geschiedt in onderling overleg of, bij gebreke daarvan, door deskundigen benoemd door de kantonrechter op verzoek van de meest gerede partij.
De rechtbank oordeelt dat dit beding niet kan worden gekwalificeerd als een arbitrage-overeenkomst die leidt tot onbevoegdheid van de rechtbank. Dit omdat de kantonrechter alleen op gezamenlijk verzoek van partijen kan benoemen volgens artikel 96 Rv Pro, terwijl het beding een eenzijdig verzoek door de meest gerede partij toestaat zonder rechtsgrond. Bovendien is de eiseres niet bereid om samen met de gedaagde een verzoek tot benoeming in te dienen.
De rechtbank concludeert dat verwijzing naar de kantonrechter waarschijnlijk leidt tot onbevoegdverklaring van die kantonrechter en dus niet in het belang van partijen is. Daarom wordt het incidentele verzoek tot onbevoegdverklaring afgewezen en wordt de gedaagde veroordeeld in de kosten van het incident.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst het verzoek tot onbevoegdverklaring af.