Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBUTR:2009:BH2401

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
5 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
258667/FT-RK 08.1009
Instantie
Rechtbank Utrecht
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vaststelling dwangakkoord wegens gebrek aan goede trouw

De verzoeker heeft op 20 juni 2008 een schuldregeling aangeboden waarbij hij gedurende 36 maanden zijn afloscapaciteit reserveert, met een verwachte uitkering van circa 8% aan concurrente en 16% aan preferente schuldeisers. De totale schuldenlast bedraagt ruim €164.000, waarvan de grootste schuld van ongeveer €98.000 is ontstaan door een brand veroorzaakt door onrechtmatig gebruik van elektriciteit voor een wietplantage op een onderverhuurde etage.

Hoewel alle schuldeisers behalve SNS Bank en UWV het akkoord hebben aanvaard, verzoekt de verzoeker de rechtbank SNS en UWV te bevelen in te stemmen met het akkoord. De rechtbank toetst of SNS en UWV redelijkerwijs tot weigering konden komen, waarbij het belang van de schuldeisers en verzoeker wordt afgewogen.

De rechtbank constateert dat het akkoord een lagere uitkering biedt dan volledige voldoening van de vorderingen en dat geen garantie bestaat dat de afgesproken betalingen daadwerkelijk worden nagekomen. Vanwege de onrechtmatige omstandigheden rond de grootste schuld twijfelt de rechtbank aan de goede trouw van de verzoeker, een vereiste voor toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Gezien het relatief hoge inkomen van verzoeker verwacht de rechtbank dat SNS en UWV door gebruik van wettelijke incassomiddelen een hogere uitkering kunnen verkrijgen dan via het akkoord. Daarom acht de rechtbank de weigering van SNS en UWV tot instemming met het akkoord redelijk en wijst het verzoek af. Verzoeker behoudt de mogelijkheid zijn verzoek tot toelating tot de schuldsanering te handhaven.

Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en redelijke weigering door schuldeisers.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector handels- en familierecht
zaaknummer: 258667/FT-RK 08.1009
nummer verklaring: WOE0110702891
uitspraakdatum: 5 februari 2009
dwangakkoord
enkelvoudige kamer
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker,
hierna te noemen: [verzoeker],
tegen
SNS Bank,
gevestigd te Arnhem,
verweerster,
hierna te noemen: SNS,
en
UWV,
gevestigd te Utrecht,
verweerster,
hierna te noemen: UWV.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 26 november 2008 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift tot toelating tot de schuldsanering en tot vaststelling van een dwangakkoord als bedoeld in artikel 287a Faillissementswet (Fw.)
- de op 15 januari 2009 binnengekomen stukken ter aanvulling van het verzoek.
- de mondelinge behandeling van genoemd verzoekschrift.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald op heden.
2. De feiten
De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.
2.1. [verzoeker] heeft op of omstreeks 20 juni 2008 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers. Dit akkoord houdt – samengevat – in dat hij gedurende 36 maanden zijn afloscapaciteit reserveert. Iedere 12 maanden vindt doorbetaling plaats van het gereserveerde bedrag op grond van een pondspondsgewijze verdeling. Dat zal kunnen resulteren in een uitkering van ongeveer 8% aan de concurrente schuldeisers en een uitkering van ongeveer 16% aan de preferente schuldeisers.
2.2. De onder 2.1. bedoelde schuldregeling is door alle schuldeisers behalve SNS en UWV aanvaard.
2.3. De totale schuldenlast van [verzoeker] bedraagt € 164.609,66. De grootste schuld hiervan bedraagt
€ 98.283,75. Deze schuld is ontstaan door een brand op 3 november 2005 in de door [verzoeker] geëxploiteerde videotheek, waarna sprake is geweest van winstderving bij de verhuurder over de resterende contractperiode van de franchiseovereenkomst. De brand is ontstaan door onrechtmatig gebruik van de electriciteit op de bovenste etage in verband met een wietplantage. [verzoeker] had deze etage onderverhuurd zonder toestemming van de eigenaar.
2.4. [verzoeker] heeft momenteel een full-time dienstverband. Het gaat hier om een jaarcontract, waarvan [verzoeker] verwacht dat het verlengd zal worden. Gezien dit dienstverband, is [verzoeker] op dit moment in staat ongeveer
€ 368,68 per maand af te dragen aan de schuldeisers.
3. Het verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord
3.1. [verzoeker] heeft in het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling de rechtbank verzocht SNS en UWV te bevelen in te stemmen met de onder 2.1 bedoelde schuldregeling.
4. De beoordeling van het verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord
4.1. In artikel 287a Fw is bepaald dat een verzoek als het onderhavige slechts kan worden toegewezen als SNS en UWV in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de door [verzoeker] voorgestelde schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van [verzoeker] of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad.
4.2. Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van haar vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vorderingen van SNS en UWV, is het belang van SNS en UWV bij weigering van die regeling een gegeven.
4.3. De rechtbank dient voorts te onderzoeken of door de weigering van SNS en UWV de belangen van [verzoeker] en de overige schuldeisers worden geschaad en zo ja, of die belangen zwaarder wegen dan het belang van SNS en UWV om hun bevoegdheid tot weigering uit te oefenen. Bij de beoordeling van deze vraag acht de rechtbank van belang dat het aangeboden akkoord niet een betaling aan de schuldeisers ineens behelst. [verzoeker] gaat sparen voor zijn schuldeisers, die – als alles naar verwachting verloopt – betaling van een percentage van hun (huidige dus gefixeerde) vordering tegemoet kunnen zien. Door [verzoeker], noch een derde, wordt de garantie geboden dat [verzoeker] na drie jaar inderdaad voldoende heeft gespaard om de afspraak na te kunnen komen.
4.4. Gezien de omstandigheid dat veruit de grootste schuld van [verzoeker] ontstaan is door een wietplantage van zijn onrechtmatig aanwezige onderhuurder, heeft de rechtbank ernstige twijfels over het voldoen aan het vereiste van goede trouw, dat een criterium is voor het toepassen van de schuldsaneringsregeling. Hierdoor acht de rechtbank de kans klein dat het onderliggende verzoek van [verzoeker] tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, zal worden toegewezen.
4.5. De afweging die nu gemaakt moet worden, is die tussen de situatie waarin het verzoek om SNS en UWV te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt toegewezen, en die waarin het verzoek wordt afgewezen. In het laatste geval kunnen de schuldeisers de aan hen toekomende wettelijke middelen tot inning van hun vordering, opnieuw inzetten. Gezien het relatief hoge inkomen van [verzoeker], bestaat de verwachting dat deze middelen kunnen resulteren in een hogere uitkering aan de schuldeisers dan bij de schuldregeling het geval zal zijn.
4.6. De rechtbank overweegt dan ook dat SNS en UWV in redelijkheid tot weigering van instemming met de door [verzoeker] voorgestelde schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van [verzoeker] of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad. Het verzoek zal dus worden afgewezen.
4.7. [verzoeker] heeft aangegeven dat hij bij afwijzing van zijn verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord, zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wil handhaven.
5. De beslissing
De rechtbank
wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens en in het openbaar uitgesproken op
5 februari 2009.