ECLI:NL:RBUTR:2009:BH3095
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J.M. de Laat
- jhr. drs. L.D.M.T. von Bönninghausen
- P. Overvest
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of beweiding van pensionpaarden huurovereenkomst of pachtovereenkomst betreft
In deze zaak stond centraal of de overeenkomst tussen [J.] en Stal De Molshoop Bosch en Duin B.V. een huurovereenkomst of een pachtovereenkomst betrof. [J.] verhuurde percelen los land aan De Molshoop voor de beweiding van circa 60 pensionpaarden. De Molshoop stelde dat het beweiden onder landbouw viel en dat de overeenkomst dus pacht was.
De rechtbank overwoog dat hoewel het bedrijfsmatige karakter van de beweiding niet in geschil was, het van belang was of de activiteit een landbouwkundige activiteit was zoals bedoeld in de artikelen 7:311 en 7:312 BW. De Molshoop baseerde zich op de definitie van pacht en de parlementaire toelichting, maar de rechtbank vond dat de situatie vergelijkbaar was met het voorbeeld van de slager die land huurt voor tijdelijke veehouderij, wat geen pacht is.
De rechtbank concludeerde dat het beweiden van pensionpaarden geen landbouwkundige activiteit is in de zin van de wet en dat de overeenkomst dus een huurovereenkomst betreft. De vordering van [J.] werd toegewezen, de reconventionele vordering van De Molshoop afgewezen en De Molshoop werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst een huurovereenkomst is en geen pachtovereenkomst.