ECLI:NL:RBUTR:2009:BH3345
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schending zorgplicht bij aandelenleaseovereenkomsten met schadevergoeding deels toegewezen
Eisers sloten via bemiddeling van Gelink tien aandelenleaseovereenkomsten met Levob Bank, waarbij zij een lening aangingen om effecten te kopen. De overeenkomsten hadden een looptijd van vijf jaar, met maandelijkse rentebetalingen. Na afloop ontstond een restschuld die eiser betaalde.
Eiser stelde dat Levob haar zorgplicht had geschonden door onvoldoende en onduidelijke informatie te verstrekken over de risico’s, met name het risico op een restschuld, en onvoldoende informatie in te winnen over zijn financiële situatie en beleggingservaring. De rechtbank oordeelde dat de zorgplicht van Levob inderdaad was geschonden, aangezien de waarschuwingen in de brochure en overeenkomst onvoldoende specifiek waren en de acceptatietoets ontoereikend was.
De rechtbank verwierp het beroep op dwaling omdat eiser de overeenkomststeksten had kunnen lezen en nadere vragen had kunnen stellen. Wel stelde de rechtbank vast dat de schending van de zorgplicht een onrechtmatige daad opleverde waarvoor Levob aansprakelijk is. De schade bestond uit de betaalde rente en de restschuld, die in totaal €41.549,65 bedroegen.
De rechtbank hield rekening met eigen schuld van eiser vanwege onvoldoende onderzoek naar het product en kende een schadeverdeling toe van 70% voor Levob en 30% voor eiser. Levob werd veroordeeld tot betaling van €30.242,76 plus wettelijke rente en proceskosten. De vordering tot vernietiging van de overeenkomsten werd afgewezen.
Uitkomst: Levob wordt veroordeeld tot betaling van €30.242,76 schadevergoeding en proceskosten wegens schending van de zorgplicht.