ECLI:NL:RBUTR:2009:BH3793
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag kennelijk onredelijk wegens onvoldoende herplaatsingsinspanningen en onjuiste opzeggrond
De zaak betreft een vordering van een schoonheidsspecialiste die in dienst was bij een drogisterij/parfumerie en tijdens arbeidsongeschiktheid ontslagen werd nadat de onderneming was overgenomen. De werkgeefster stelde dat de functie van schoonheidsspecialiste was komen te vervallen omdat de salon werd verhuurd aan derden, maar de werkneemster betwistte dit en stelde dat werkzaamheden nog steeds werden verricht en dat zij onterecht niet als verkoopster werd herplaatst.
De rechtbank oordeelde dat de verhuur aan derden niet betekent dat de werkzaamheden onderdeel uitmaken van de onderneming van de werkgeefster, en dat geen sprake was van een valse reden voor ontslag. Wel werd geoordeeld dat de werkgeefster onvoldoende overleg had gevoerd over herplaatsing en onterecht had aangenomen dat de functie van verkoopster vanwege slechthorendheid niet passend was.
Gezien de leeftijd en arbeidsmarktpositie van de werkneemster, en het ontbreken van voorzieningen bij ontslag, werd het ontslag als kennelijk onredelijk aangemerkt. De schadevergoeding werd berekend volgens de kantonrechtersformule, waarbij alleen daadwerkelijk gewerkte jaren werden meegeteld, resulterend in een bedrag van €12.303,90. De werkgeefster werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Ontslag is kennelijk onredelijk en werkgever moet €12.303,90 schadevergoeding betalen.