ECLI:NL:RBUTR:2009:BH5197
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Bruna
- A. Wassing
- R.P.G.L.M. Verbunt
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor meervoudige handel in harddrugs in vereniging
De rechtbank Utrecht heeft op 5 maart 2009 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het in vereniging opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, onder B, van de Opiumwet, meermalen gepleegd. De zaak betrof handel in heroïne en cocaïne over een periode van circa twee jaar.
Het bewijs bestond uit verklaringen van kopers die verdachte herkenden als de persoon achter de besteltelefoonnummers, observaties van verdachte en medeverdachte, tapgesprekken, en een deskundigenrapport over stemherkenning. Medeverdachte fungeerde als koerier die de drugs afleverde. De verdediging voerde aan dat verdachte niet de persoon was die de telefoonnummers gebruikte, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte vanaf 15 februari 2005 tot en met 15 februari 2007 samen met medeverdachte heroïne en cocaïne heeft verkocht. De rechtbank sprak verdachte vrij van een ander ten laste gelegd feit wegens onvoldoende bewijs. Gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden, waaronder het professionele karakter van de handel en het winstbejag, werd een gevangenisstraf van 3 jaren opgelegd, lager dan de door de officier van justitie gevorderde 5 jaren.
Daarnaast werden bepaalde inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard en andere teruggegeven. De rechtbank concludeerde dat verdachte strafbaar was en dat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig waren.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf voor het in vereniging opzettelijk verkopen van heroïne en cocaïne.