ECLI:NL:RBUTR:2009:BH5709
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of huur- of bewaarnemingsovereenkomst geldt voor zwembadkluisje
Op 14 maart 2005 werd de auto van mevrouw benadeelde partij gestolen nadat haar tas met autosleutels uit een kluisje in het zwembad was ontvreemd. Zij had het kluisje afgesloten en betaalde hiervoor 20 eurocent, een bedrag dat niet werd teruggegeven. Generali, als verzekeraar en subrogant van de benadeelde partij, vorderde schadevergoeding van het zwembad wegens onrechtmatig handelen of tekortkoming uit een bewaarnemingsovereenkomst of huurovereenkomst.
De rechtbank onderzocht eerst of sprake was van een bewaarnemingsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7:600 BW Pro. De rechtbank concludeerde dat het element van toevertrouwen ontbrak, omdat het kluisje slechts ter beschikking werd gesteld en de sleutel door de bezoeker zelf werd verkregen na betaling. De borden met waarschuwingen maakten dit niet anders.
Vervolgens oordeelde de rechtbank dat er wel sprake was van een huurovereenkomst op grond van artikel 7:201 BW Pro, omdat het zwembad het kluisje in gebruik had gegeven tegen betaling van 20 eurocent. De duur of het feit dat het kluisje incidenteel werd gebruikt deed hieraan niet af. Omdat huurzaken door de kantonrechter worden behandeld, verwees de rechtbank de zaak door naar de sector kanton, waarbij de comparitierechter als kantonrechter-plaatsvervanger de zaak verder zal afdoen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een huurovereenkomst en verwijst de zaak door naar de sector kanton voor verdere behandeling.