ECLI:NL:RBUTR:2009:BH5901
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op exploitatie eerstelijns medische centra met centrale apotheek in Houten
De rechtbank Utrecht behandelde een kort geding waarin twee apotheken in Houten vorderden dat de exploitatie van eerstelijns medische centra (EMC's) met een centrale apotheek door Stichting Multidisciplinaire Zorg Houten en andere gedaagden werd verboden. De eisers stelden dat deze exploitatie in strijd was met diverse wettelijke bepalingen, waaronder artikel 11 van Pro het Besluit Geneesmiddelenwet en mededingingsrechtelijke bepalingen, en dat er geen eerlijke selectieprocedure was gevolgd.
De rechtbank stelde vast dat de huisartsen in Houten vier EMC's wilden oprichten met een centrale apotheek en satellietapotheken, waarbij de vennootschap onder firma [A] was geselecteerd als exploitant. Er was tot dan toe één EMC geopend. De vorderingen van eisers betroffen onder meer het opzeggen van overeenkomsten met de geselecteerde apotheek en het instellen van een transparante selectieprocedure.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van strijd met artikel 11 BGW Pro omdat geen aanwijzingen waren dat het voorschrijfgedrag van huisartsen werd beïnvloed of de keuzevrijheid van patiënten werd beperkt. Ook was geen sprake van een situatie vergelijkbaar met het Apotheek Boxmeer arrest. Mededingingsrechtelijk was onvoldoende aannemelijk dat de samenwerking tot een merkbare mededingingsbeperking leidde. Daarnaast was geen economische machtspositie van de huisartsen op de markt voor apothekersdiensten vastgesteld.
De rechtbank verwierp ook de stelling dat de selectieprocedure in strijd was met normen van redelijkheid en billijkheid en concludeerde dat de vorderingen moesten worden afgewezen. Eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eisers worden afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.