ECLI:NL:RBUTR:2009:BH9058

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
24 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
SBR 08-1600
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.J. van Binsbergen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 7:12 AwbArt. 8:75 AwbArt. 7:15 AwbArt. 30a Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit re-integratievisie wegens onjuiste arbeidsongeschiktheidsvaststelling

Eiseres stelde beroep in tegen het besluit van het UWV waarin haar bezwaar tegen de re-integratievisie van 24 september 2007 ongegrond werd verklaard. De rechtbank moest beoordelen of de re-integratievisie een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is en oordeelde bevestigend, aangezien het een schriftelijke beslissing betreft waarin rechten en verplichtingen van eiseres zijn vastgelegd.

De re-integratievisie verplichtte eiseres mee te werken aan een re-integratietraject, maar eiseres voerde aan dat zij op de datum van vaststelling (8 oktober 2007) nog volledig arbeidsongeschikt was en dus niet kon re-integreren. Dit werd door verweerder erkend in een latere beslissing, waarin de arbeidsongeschiktheid pas per 13 februari 2008 werd verlaagd.

De rechtbank beoordeelde de re-integratievisie naar de datum van vaststelling en constateerde dat deze was gebaseerd op een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van maart 2007, terwijl op dat moment een latere, gewijzigde FML van november 2007 gold. Gezien de feitelijke arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% op 8 oktober 2007 kon de re-integratievisie niet gehandhaafd blijven.

De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en vernietigde het. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €483 en het betaalde griffierecht van €39.

Uitkomst: Het bestreden besluit over de re-integratievisie wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector bestuursrecht
zaaknummer: SBR 08/1600
uitspraak van de enkelvoudige kamer d.d. 24 maart 2009
inzake
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
eiseres,
tegen
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv),
verweerder.
Inleiding
1.1 Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 25 april 2008 (het bestreden besluit), waarbij verweerder het bezwaar van eiseres tegen de op 8 oktober 2007 vastgestelde re-integratievisie van 24 september 2007 ongegrond heeft verklaard.
1.2 Het beroep is (gelijktijdig met de beroepszaak geregistreerd onder nummer SBR 08/824) behandeld ter zitting van 13 februari 2009. Namens eiseres is verschenen haar gemachtigde mr. I.T. Martens, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer. Namens verweerder is verschenen mr. R.S. van ‘t Oor, werkzaam bij het Uwv.
Overwegingen
2.1 De rechtbank ziet zich eerst gesteld voor de vraag of de re-integratievisie is aan te merken als een besluit waartegen bezwaar en beroep open staat. Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder een besluit verstaan een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. De Centrale Raad van Beroep heeft in zijn uitspraak van 10 december 2008 (www.rechtspraak.nl, LJN: BG8911) bepaald dat een re-integratievisie als bedoeld in artikel 30a, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, in zoverre daarin de uitwerking van de uit de wet voortvloeiende rechten en verplichtingen van betrokkene is vastgelegd.
2.2 In de re-integratievisie van 24 september 2007 is onder punt B10 bepaald dat eiseres zal worden opgeroepen en dat een re-integratietraject zal worden ingezet. Eiseres is op grond van de re-integratievisie verplicht aan deze oproep gehoor te geven en mee te werken aan dat re-integratietraject. In de re-integratievisie is derhalve een uitwerking van de uit de wet voortvloeiende verplichtingen van eiseres vastgelegd. Dit betekent dat de re-integratievisie is aan te merken als een besluit in de zin artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.
2.3 Eiseres heeft aangevoerd dat de re-integratievisie niet in stand kan blijven aangezien deze is achterhaald. Met de beslissing op bezwaar van 5 februari 2008 heeft verweerder erkend dat zij op 8 oktober 2007 nog volledig arbeidsongeschikt was. Haar WAO-uitkering is eerst per 13 februari 2008 verlaagd naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Op 8 oktober 2007 was zij, in tegenstelling tot wat in de re-integratievisie wordt verondersteld, nog volledig arbeidsongeschikt en niet in staat om te re-integreren.
2.4 De rechtbank dient de re-integratievisie te beoordelen naar de datum waarop die is vastgesteld, 8 oktober 2007. Deze re-integratievisie is gebaseerd op de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 30 maart 2007. Ten tijde van de bestreden beslissing van 25 april 2008 gold echter de op 14 november 2007 gewijzigde FML, waarin ook een beperking is opgenomen op punt 5.1 (Zitten). Aangezien de re-integratievisie is gebaseerd op de FML, kan de re-integratievisie na wijziging van de FML niet zonder meer gebaseerd blijven op de oorspronkelijke, ongewijzigde, FML. Eiseres heeft bovendien terecht gesteld dat zij op 8 oktober 2007 80 tot 100% arbeidsongeschikt was, zodat de re-integratievisie ook om die reden niet kan worden gehandhaafd.
2.5 De rechtbank is gezien het voorgaande van oordeel dat het bestreden besluit niet berust op een deugdelijke motivering. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit zal wegens strijd met het bepaalde in artikel 7:12, eerste lid, van de Awb worden vernietigd. Dit betekent dat verweerder een nieuw besluit zal moeten nemen op het bezwaarschrift van eiseres.
2.6 De rechtbank zal verweerder op grond van artikel 8:75, in samenhang met artikel 7:15, van de Awb veroordelen in de proceskosten die eiseres in bezwaar en beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De rechtbank ziet aanleiding het gewicht van de zaak als licht aan te merken. De kosten zijn op grond van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 483,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 322,-) als kosten voor verleende rechtsbijstand.
Beslissing
De rechtbank Utrecht,
3.1 verklaart het beroep gegrond,
3.2 vernietigt het bestreden besluit van 25 april 2008,
3.3 draagt verweerder op om binnen zes weken na het onherroepelijk worden van deze uitspraak een nieuwe beslissing op het bezwaar van eiseres te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is bepaald,
3.4 bepaalt dat het Uwv het door eiseres betaalde griffierecht ad € 39,- aan haar vergoedt,
3.5 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres in dit geding ad € 483,-, te betalen door het Uwv.
Aldus vastgesteld door mr. G.J. van Binsbergen, lid van de enkelvoudige kamer, en in het openbaar uitgesproken op
24 maart 2009.
De griffier: De rechter:
mr. J.K. van de Poel mr. G.J. van Binsbergen
Afschrift verzonden op:
Tegen deze uitspraak staat, binnen zes weken na de dag van bekendmaking hiervan, voor belanghebbenden hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
De uitspraak van de rechtbank is bindend tussen partijen. Die binding heeft ook betekenis bij een eventueel vervolg van deze procedure, bijvoorbeeld indien het beroep gegrond wordt verklaard en verweerder een nieuw besluit moet nemen. Als een partij niet met hoger beroep opkomt tegen een oordeel van de rechtbank waarbij uitdrukkelijk en zonder voorbehoud een standpunt van die partij is verworpen, staat de bestuursrechter die partij in beginsel niet toe dat standpunt in een latere fase van de procedure opnieuw in te nemen.