ECLI:NL:RBUTR:2009:BH9311
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. van Hees
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling kredietbedrag na echtscheiding toegewezen wegens niet-nakoming bewijsverplichting
In deze civiele zaak tussen ex-echtgenoten staat de verdeling van gemeenschappelijke goederen centraal, met name het flexibel krediet bij ABN Amro bank. De rechtbank heeft eerder een tussenvonnis gewezen waarin de man werd opgedragen afschriften van de rekening te overleggen om de stellingen van de vrouw te kunnen onderbouwen.
De man heeft echter nagelaten deze stukken te overleggen, met als reden dat zijn huisraad, inclusief de gevraagde documenten, zich in opslag bevindt vanwege zijn verhuizing naar Portugal. De vrouw handhaaft haar stelling dat het volledige krediet aan de man is overgemaakt en dat zij geen gelden heeft onttrokken.
De rechtbank neemt de stellingen van de vrouw als voldoende bewezen aan op grond van artikel 149 lid 1 Rv Pro, omdat de man zijn bewijsverplichting niet is nagekomen. Hierdoor wordt de man veroordeeld tot betaling van een bedrag van €34.460,86, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 oktober 2007. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Man wordt veroordeeld tot betaling van €34.460,86 plus wettelijke rente wegens niet-nakoming bewijsverplichting.