ECLI:NL:RBUTR:2009:BH9665
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. van Hees
- Rechtspraak.nl
Matiging van boete wegens te late juridische levering bedrijfspand
De zaak betreft een geschil over de nakoming van een koopovereenkomst van een bedrijfspand tussen eiser en Van Zoest. De economische eigendom was geleverd, maar de juridische levering bleef uit tot na de afgesproken datum. Na ingebrekestelling en een vaststellingsovereenkomst waarin een boete was opgenomen, leverde Van Zoest alsnog te laat.
Eiser vordert betaling van de boete wegens tekortkoming, terwijl Van Zoest zich beroept op matiging van de boete omdat zij afhankelijk was van een taxatie en de erven geen nadeel leden. De rechtbank oordeelt dat de vaststellingsovereenkomst vervallen is door niet-nakoming en dat de boete uit de oorspronkelijke koopovereenkomst verschuldigd is.
De rechtbank past matiging toe op grond van artikel 6:94 BW Pro, omdat de boete disproportioneel is ten opzichte van de werkelijke schade en Van Zoest reeds een deel had betaald. De boete wordt gematigd tot een bedrag van EUR 5.000,- plus wettelijke rente vanaf de aanmaningsdatum. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank matigt de boete tot EUR 5.000,- plus wettelijke rente en wijst het meer gevorderde af.