ECLI:NL:RBUTR:2009:BH9840
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot doorhaling akte burgerlijke stand wegens fout rechtbank en overdracht zaak
De officier van justitie heeft een verzoek ingediend bij de rechtbank Utrecht tot doorhaling van latere vermeldingen betreffende erkenning in geboorteakten van twee kinderen uit de gemeenten Amersfoort en Leusden. Dit verzoek vloeit voort uit een fout binnen de rechtbank Utrecht, waarbij onterecht aan de gemeenten werd gemeld dat een beschikking van 22 oktober 2008 in kracht van gewijsde was gegaan, terwijl op 22 januari 2009 wel degelijk hoger beroep was ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem.
Vanwege deze betrokkenheid van personeel van de rechtbank Utrecht bij de zaak, oordeelt de rechtbank dat het verzoek op grond van het Besluit Nevenvestigings- en Nevenzittingsplaatsen uit 2004 in een nevenzittingsplaats buiten het arrondissement Utrecht moet worden behandeld. Daarom draagt de rechtbank Utrecht de zaak over aan de rechtbank Arnhem, die als nevenzittingsplaats van de rechtbank Utrecht is aangewezen.
De beschikking is op 4 maart 2009 in het openbaar uitgesproken door een rechter van de rechtbank Utrecht, in aanwezigheid van de griffier. De zaak zal in de huidige stand verder worden behandeld en beslist door de rechtbank Arnhem.
Uitkomst: De rechtbank Utrecht draagt het verzoek tot doorhaling van geboorteakten over aan de rechtbank Arnhem voor verdere behandeling en beslissing.