ECLI:NL:RBUTR:2009:BI0903
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Geen stakingsverbod voor schoonmakers op Schiphol wegens onvoldoende dringende noodzaak
Schiphol Nederland B.V. en N.V. Luchthaven Schiphol vorderden in kort geding een stakingsverbod tegen FNV Bondgenoten vanwege aangekondigde en gehouden stakingen door schoonmakers op Schiphol. De stakingen betroffen een arbeidsconflict tussen de schoonmaakbedrijven en de vakbond over ingrijpende wijzigingen in schoonmaakopdrachten.
Schiphol stelde dat de stakingen ernstige overlast veroorzaakten, zoals intimidatie van werkwilligen, opzettelijke vervuiling, wildplassen en graffiti, en dat nieuwe stakingen veiligheidsrisico's met zich zouden brengen. FNV Bondgenoten betwistte deze beschuldigingen en gaf toezeggingen om misdragingen te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat de stakingsacties gedekt zijn door het grondrecht op collectieve actie zoals neergelegd in artikel 6 lid 4 van Pro het Europees Sociaal Handvest (ESH). Er was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de stakingen in die mate inbreuk maakten op rechten van derden of algemene belangen dat een beperking noodzakelijk was. Ook het verzoek om partijen te bevelen tot voortzetting van onderhandelingen werd afgewezen vanwege contractsvrijheid.
De vorderingen van Schiphol werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis benadrukt het belang van het grondrecht op staken en stelt hoge eisen aan beperkingen daarvan.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van Schiphol tot stakingsverbod af wegens onvoldoende dringende noodzaak en onvoldoende bewijs van ernstige misdragingen.