ECLI:NL:RBUTR:2009:BI1254
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.A.M.E. van der Burg-van Geest
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident en gezag van gewijsde naar Duits recht in handelsgeschil
De rechtbank Utrecht behandelt een bevoegdheidsincident in een handelsgeschil tussen Nederlandse en Duitse partijen. De kern van het geschil betreft de vraag of de Nederlandse rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van de zaak, gelet op een lopende procedure bij Duitse rechtbanken en het gezag van gewijsde van de Duitse uitspraak.
De rechtbank verwijst naar artikel 31 lid 2 van Pro het CMR-verdrag en constateert dat de Duitse rechter de zaak inhoudelijk heeft behandeld en zich bevoegd heeft geacht. De Nederlandse rechtbank moet beoordelen of de Nederlandse procedure een nieuwe vordering betreft over hetzelfde onderwerp tussen dezelfde partijen.
Gezien de complexiteit van het gezag van gewijsde onder Duits recht, heeft de rechtbank ambtshalve het Internationaal Juridisch Instituut opdracht gegeven hierover te rapporteren. Partijen krijgen gelegenheid om zich over dit rapport uit te laten. De rechtbank houdt verdere beslissing aan en stelt de procedure open voor nadere akten.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en laat een deskundigenrapport over gezag van gewijsde naar Duits recht opstellen.