ECLI:NL:RBUTR:2009:BI1945
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit en handel in cocaïne en hasj met taakstraf en gedeeltelijke gevangenisstraf
Op 3 oktober 2008 werd de woning van verdachte in Utrecht doorzocht waarbij een grote hoeveelheid drugs werd aangetroffen, waaronder 620 gram cocaïne, 299 gram hasj en 5 gram cocaïne voor eigen gebruik. Verdachte verklaarde aanvankelijk niet op de hoogte te zijn van de grote hoeveelheid cocaïne, maar de rechtbank achtte dit ongeloofwaardig op basis van verklaringen van politie en de omstandigheden ter plaatse.
Verdachte werd ervan verdacht samen met anderen drugs te verhandelen of voorhanden te hebben. De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist van de aanwezigheid van de 620 gram cocaïne en 300 gram hasj, maar de rechtbank verwierp dit verweer. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk de genoemde hoeveelheden drugs voorhanden had.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de aanwezigheid van weegschalen en andere aanwijzingen voor handel, en het feit dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking was gekomen. De strafbestemming bestond uit een gevangenisstraf van drie maanden waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 180 uur ter vervanging van een geldboete.
Daarnaast werd een deel van de inbeslaggenomen voorwerpen onttrokken aan het verkeer en andere voorwerpen teruggegeven aan verdachte of bewaard ten behoeve van rechthebbenden. De rechtbank sprak verdachte vrij van andere tenlastegelegde feiten die niet wettig en overtuigend bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk, en een werkstraf van 180 uur voor het bezit van cocaïne en hasj.