ECLI:NL:RBUTR:2009:BI2821
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in vrijwaringsvordering wegens ontbreken toestemming rechtbank
In deze civiele vrijwaringszaak heeft eiser twee partijen in vrijwaring opgeroepen, waarvan voor slechts één partij toestemming was verleend in de hoofdzaak. De hoofdzaak betrof een procedure tussen eiser en Eneco Energie Services, die na overeenstemming werd doorgehaald.
Eiser vorderde betaling van een bedrag van EUR 25.000,- van beide gedaagden hoofdelijk. Tijdens de comparitie trok eiser de vordering tegen gedaagde sub 1 in, zodat alleen de vordering tegen gedaagde sub 2 resteerde.
Gedaagde sub 2 voerde verweer dat eiser niet-ontvankelijk was omdat voor zijn vrijwaring geen toestemming van de rechtbank was gegeven. De rechtbank oordeelde dat dit verweer slaagt, omdat een partij slechts in vrijwaring kan worden opgeroepen na toestemming van de rechtbank conform artikel 210 e.v. Rv.
Daarom werd eiser niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tegen gedaagde sub 2 en veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken door rechter A. van Maanen op 29 april 2009.
Uitkomst: Eiser is niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tegen gedaagde sub 2 wegens ontbreken van toestemming voor vrijwaring.