ECLI:NL:RBUTR:2009:BI3547

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
15 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
262627 / FA RK 09-890
Instantie
Rechtbank Utrecht
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 2 Besluit Nevenvestigings- en NevenzittingsplaatsenArt. 13a Bestuursreglement rechtbank Utrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overdracht echtscheidingszaak aan nevenzittingsplaats rechtbank Arnhem wegens betrokkenheid advocaat

De vrouw heeft bij de rechtbank Utrecht een verzoekschrift ingediend tot echtscheiding met nevenvoorzieningen, dat aan de man is betekend. De man, tevens advocaat met een praktijk in het familierecht binnen het arrondissement Utrecht, heeft via zijn advocaat om verlenging van de verweertermijn gevraagd.

De rechtbank acht het minder wenselijk dat de zaak in Utrecht wordt behandeld vanwege de betrokkenheid van een advocaat binnen hetzelfde arrondissement. Op grond van artikel 6 lid 2 van Pro het Besluit Nevenvestigings- en Nevenzittingsplaatsen, dat normaal ziet op personeelsleden, past de rechtbank deze bepaling analoog toe op advocaten met praktijk in het betrokken rechtsgebied.

Daarom draagt de rechtbank de zaak over aan de rechtbank Arnhem, als nevenzittingsplaats van de rechtbank Utrecht, om daar verder behandeld en beslist te worden. Tevens wordt de verweertermijn verlengd tot 29 april 2009 om de voortgang te bevorderen.

Uitkomst: De rechtbank draagt de echtscheidingszaak over aan de rechtbank Arnhem en verlengt de verweertermijn tot 29 april 2009.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK UTRECHT
Sector handels- en familierecht
zaaknummer / rekestnummer: 262627 / FA RK 09-890
Echtscheiding
Beschikking van 15 april 2009
in de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. K. Spaargaren,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],
hierna te noemen de man,
advocaat mr. I.B.J.A. Schouten-Hoek.
1. De beoordeling
De vrouw heeft bij deze rechtbank een verzoekschrift ingediend, strekkende tot echtscheiding met nevenvoorzieningen.
Het verzoekschrift is aan de man betekend. Zijn advocaat heeft gevraagd om verlenging van de verweertermijn.
Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat de man advocaat is in het arrondissement Utrecht, met een praktijk onder meer in het familierecht. De rechtbank acht het daarom minder wenselijk dat de zaak hier wordt behandeld.
In artikel 6 lid 2 van Pro het Besluit Nevenvestigings- en Nevenzittingsplaatsen is bepaald dat zaken waarbij personeel van de rechtbank betrokken is, in een nevenzittingsplaats buiten het arrondissement kunnen worden behandeld. Een nevenzittingsplaats buiten het arrondissement is de hoofdplaats of een nevenvestigingsplaats van een aangrenzend arrondissement (voor de rechtbank Utrecht, op grond van artikel 13a van het Bestuursreglement rechtbank Utrecht, de rechtbank Arnhem).
Hoewel de genoemde bepaling betrekking heeft op personeelsleden en niet op advocaten, is de rechtbank van oordeel dat niets zich verzet tegen analoge toepassing op zaken waarbij een persoon betrokken is die als advocaat gevestigd is binnen het arrondissement, met een praktijk binnen het betreffende rechtsgebied. Ook in deze gevallen verdient het de voorkeur dat de zaak behandeld wordt door een rechtbank waar de betrokkene niet (althans minder goed) bekend is.
De rechtbank zal de behandeling van het verzoek op grond hiervan overdragen aan de rechtbank Arnhem als nevenzittingsplaats van de rechtbank Utrecht.
Ter bevordering van de voortgang zal daarbij tevens nu de verweertermijn verlengd worden.
2. De beslissing
De rechtbank
verlengt de verweertermijn tot 29 april 2009;
draagt de zaak in de stand waarin die zich bevindt over aan de rechtbank Arnhem, als nevenzittingsplaats van de rechtbank Utrecht, om daar verder te worden behandeld en beslist;
draagt de griffier op om de stukken te doen toekomen aan de rechtbank Arnhem.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.A.A. van Kalveen, rechter, in aanwezigheid van mr. N.I. Ganzevoort, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2009.?