ECLI:NL:RBUTR:2009:BI4692
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling van 40.000 euro op grond van kredietovereenkomst inzake investering in garagebedrijf
In deze zaak vordert eiser betaling van 40.000 euro van gedaagde, voortvloeiend uit een kredietovereenkomst die op 29 december 2005 tussen partijen is gesloten. Eiser had geïnvesteerd in het garagebedrijf AB Auto’s, dat op naam van gedaagde kwam te staan. Gedaagde erkent verschillende verklaringen over de betalingsverplichtingen, maar betwist de hoogte en de uitvoering daarvan.
De rechtbank weegt de verklaringen van gedaagde, die in eerste instantie sprak over een betalingsverplichting van 20.000 euro, maar later toegaf dat de afspraak was om 40.000 euro te betalen. Ook is vastgesteld dat gedaagde de kredietovereenkomst heeft ondertekend, ondanks zijn betwisting van de authenticiteit van zijn handtekening.
Gedaagde wordt toegelaten tot het leveren van bewijs dat hij betalingen heeft verricht ter voldoening van de schuld, hetzij door getuigen, hetzij door bewijsstukken. De rechtbank bepaalt de procedurele voorwaarden voor het bewijsleveringstraject en houdt verdere beslissing aan totdat het bewijs is geleverd.
Uitkomst: Gedaagde wordt opgedragen bewijs te leveren van betalingen ter voldoening van de kredietovereenkomst van 40.000 euro; verdere beslissing wordt aangehouden.