ECLI:NL:RBUTR:2009:BI5115
Rechtbank Utrecht
- Raadkamer
- Z.J. Oosting
- M.J. Grapperhaus
- I. Bruna
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid inverzekeringstelling ondanks schending beginselen goede procesorde
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beslissing van de rechter-commissaris die de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte had gelast wegens onrechtmatigheid van de inverzekeringstelling. De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat schending van het recht op rechtsbijstand niet tot onrechtmatigheid leidt en dat de rechter-commissaris een belangenafweging had moeten maken.
De verdachte werd niet voldoende duidelijk gewezen op zijn recht op een advocaat voorafgaand aan het eerste verhoor, en heeft ook niet afstand gedaan van dat recht, wat in strijd is met de beleidslijn van het Openbaar Ministerie naar aanleiding van het Salduz-arrest. De rechtbank erkent dat dit handelen in strijd is met de beginselen van een goede procesorde, hoewel niet met de letter van de wet.
De rechtbank weegt vervolgens de ernst van de schending af tegen het beschermde belang van de verdachte, de mogelijkheid tot herstel van het verzuim en de maatschappelijke belangen. Gezien het beperkte intellect van de verdachte, zijn strafblad en het feit dat belastende verklaringen niet voor bewijs mogen worden gebruikt, concludeert de rechtbank dat de inverzekeringstelling niet onrechtmatig is.
Daarom vernietigt de rechtbank de beslissing van de rechter-commissaris tot onmiddellijke invrijheidstelling, maar verklaart de inverzekeringstelling zelf rechtmatig. De verdachte kreeg na de inverzekeringstelling alsnog rechtsbijstand, waardoor het belang van de verdachte voldoende is beschermd.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de inverzekeringstelling rechtmatig is en vernietigt de beslissing tot onmiddellijke invrijheidstelling.